O EK: De Allerhoogste Akte kan niet selectief geïnterpreteerd worden door ZRE

De economische Oda van Kosovo heeft gereageerd op de aankondiging van de Raad voor Energieregulering voor de tenuitvoerlegging van de wet van het Hooggerechtshof, waarbij hij prees dat Z. THE RRE doorgaat met unilaterale en verkeerde interpretaties van deze handeling, en als reactie daarop, met misbruik van artikel 37, lid 3 [...]
De economische Oda van Kosovo heeft gereageerd op de aankondiging van de Raad voor Energieregulering voor de tenuitvoerlegging van de wet van het Hooggerechtshof, waarbij hij prees dat Z. THE RRE doorgaat met eenzijdige en verkeerde interpretaties van deze wet, evenals met het misbruik van artikel 37, lid 3, van de wet op elektriciteit.
OEK schat dat de beslissing van het Hooggerechtshof over de liberalisering van de energiemarkt niet selectief of eenzijdig kan en mag worden gelezen, “sic vindt momenteel plaats van de kant van de ZRR, aangezien een dergelijke aanpak in strijd is met de geest en de inhoud van de handeling, alsook met de fundamentele beginselen van de rechtsstaat”.
De “In de motivering van de wet, met name op de bladzijden 32 tot en met 38, heeft het hooggerechtshof duidelijk vastgesteld dat de op grond van artikel 37, lid 3, vastgestelde criteria onwettig zijn, aangezien zij verder gaan dan wettelijke bevoegdheden en directe economische gevolgen hebben voor ondernemingen, zonder een solide rechtsgrondslag”.
Voorts heeft het Hooggerechtshof vastgesteld dat artikel 37 van de wet op elektrische energie, zoals deze door het ZRE is geïnterpreteerd en beheerd aan de hand van sub-juridische criteria, controversieel is en in strijd is met de relevante richtlijn van de Europese Unie betreffende de interne elektriciteitsmarkt, waarmee Kosovo heeft toegezegd zijn wetgeving inzake elektriciteit te harmoniseren.
OEK zei dat het Hof heeft benadrukt dat de vaststelling van criteria die directe juridische en economische gevolgen hebben voor de consument, zonder duidelijke en voorspelbare juridische gronden, zoals het al zei, in strijd is met de Europese normen inzake rechtszekerheid en evenredigheid.
De beslissingen van het Hooggerechtshof zijn geen kwestie van institutionele interpretatie. Het zijn bindende handelingen die in hun geheel en in hun geest moeten worden toegepast. Elke oefening creëert juridische onzekerheid, schaadt het ondernemingsklimaat en schendt de rechtsstaat”.
“De moeite om dit besluit te presenteren als simpelweg “bestaat uit”, of om gebaseerd te zijn op interne administratieve interpretaties, volgens het OEK, zijn onjuist en schenden de essentie van de constitutionele rol van justitie”, aldus OEK.












