INDEP: Kosovo aan de rand van energiearmoede, door kosten van elektriciteit

Kosovo bevindt zich aan de grens van energiearmoede, vanwege de dure elektriciteit”, de uitvoerend directeur van het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (INDEP), Burim Ejupi, een discussietafel in het kader van het project "Energiearmoede in Kosovo II," georganiseerd door INDEP. “Als de elektriciteitstarieven duur blijven, terwijl de salarissen ongewijzigd blijven, [...]
“Als de elektriciteitstarieven duur blijven, terwijl de salarissen onveranderd blijven, kan het land het niveau van energiearmoede in 2007 onder ogen zien”, aldus Ejupi.
Terwijl Besiana Qorray-Berisha van het ministerie van Economie zei dat hun rol is het opstellen van beleid en de basis van energiegemeenschappen.
“De energiestrategie van Kosovo voor de periode 20225031 omvat een van de hoofddoelstellingen van de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen”, aldus Qorray-Berisha.
Heinr vertegenwoordiger ch-Böll-Stiftung, Granit Gashi zei dat hun doel is om vooruit te duwen met de frames die de energietransitie voor Kosovo mogelijk zou maken.
En de capaciteitsontwikkelingsexpert, Lindita Daija, zei dat Kosovo op het gebied van wetgeving al in een vergevorderd stadium verkeert.
“Er is echter nog werk aan de winkel in de secundaire wetgeving, vooral wat betreft het organiseren van comités en het vaststellen van concretere stappen over hoe deze organisatie moet worden uitgevoerd”, aldus Daija.
Energie-expert Zafina Kabashi zei dat Kosovo potentieel heeft voor vele soorten hernieuwbare energiebronnen.
In het door INDEP uitgebrachte verslag over de energiegemeenschappen en energiearmoede in Kosovo” wordt geschat dat Kosovo op een kritiek moment gevestigd is, zonder duidelijke regelgeving en financiële mechanismen, dreigen energiegemeenschappen op papier te blijven.
In dit verslag worden verscheidene aanbevelingen gedaan, waaronder dat het ministerie van Economische Zaken en het Bureau voor de regelgeving inzake energie binnen zes maanden een gezamenlijke werkgroep moet oprichten, die zal worden belast met het voldoen aan de wettelijke basis voor energiegemeenschappen.
Dit proces is niet beperkt tot de vaststelling van subjuridische handelingen die voortvloeien uit de wet inzake hernieuwbare energiebronnen en de ERR-voorschriften voor ondersteunende regelingen, maar omvat ook de wijziging van bestaande wetten.
De andere aanbeveling is dat het ministerie van Economische Zaken in samenwerking met andere instellingen binnen twaalf maanden een nationaal programma voor de decentralisatie van de energieproductie moet goedkeuren, waar energiegemeenschappen een centrale rol spelen.
“ZERE en COSTT moeten binnen 18 maanden een nationale kaart publiceren met daarin: de capaciteit van het (LV/MV) netwerk, de nabijheid van onderstations, laadpunten, technische beperkingen en territoriale verdeling van energiearmoede”, aldus in aanvulling op deze aanbevelingen.












